Nu de financiële crisis in de banksector heviger dan ooit woedt, vragen steeds meer Belgische spaarders en beleggers zich af wat hen te wachten staat mocht ‘het ondenkbare’ - een faillissement van hun bank - toch gebeuren. Voor het laatste faillissement van een bank in ons land moeten we gelukkig al terug tot 1997, toen de Antwerpse nichespeler Max Fischer ten onder ging aan fraude. Ons consumentendossier van vandaag zoekt naar antwoorden op een hele rist vaak gehoorde vragen.
1. Wie controleert de banken in ons land?
Naast de Nationale Bank ziet vooral de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) toe op de boekhoudkundige en administratieve organisatie van de banken en de beursvennootschappen. Zij gaat na hoe geschikt de belangrijke aandeelhouders zijn, hoe betrouwbaar en ervaren de bestuurders. Zij houdt en ook het minimale eigen vermogen van de banken in het oog, hun risicobeheer en de naleving van de handelspraktijken.
2. Wat als er dan toch een bank door de mazen van het net glipt en failliet gaat?
Eerst en vooral bent u als klant van een bank een schuldeiser. In eerste instantie zal u dus (een deel van) uw inleg recupereren via de curator. Volstaan de middelen daartoe niet of niet volledig, dan kunt u als spaarder nog altijd rekenen op het Beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten. Bij die openbare instelling kunt u terecht voor een gedeeltelijke vergoeding van de geleden schade. Van oor het geld dat u hebt staan op zichtrekeningen, termijnrekeningen en spaarrekeningen krijgt u maximaal 20.000 euro terug. Ook kasbons vallen onder dat maximum, op voorwaarde dat ze zijn ingeschreven op een effectenrekening of in open bewaring zijn gegeven. Kasbons die u in materiële vorm thuis bewaart of in een kluis zijn dus niet beschermd.
3. En wat met de aandelen en obligaties in mijn effectenrekening? En mijn pensioensparen?
De belangrijkste bescherming waarover de beleggers beschikken, heeft de vorm van een rechtstreeks eigendomsrecht. Die effecten – of in het geval van het pensioensparen een stukje van een grotere belegging in groep – zijn en blijven met andere woorden van u en kunnen dan ook nooit terechtkomen in de boedel van de activa bij een eventueel faillissement. Tenzij u toevallig belegd hebt in aandelen van de failliete bank zelf, want die zijn bij een faillissement natuurlijk waardeloos. Voor het geval de bank in kwestie om een of andere reden de bewuste effecten toch niet zou kunnen teruggeven, kunt u bij het Beschermingsfonds terecht voor een tweede tegemoetkoming van eveneens maximum 20.000 euro. Dat betekent dus maximaal 40.000 euro per persoon.
4. Geldt dit voor alle banken, ook de buitenlandse?
Die bescherming geldt voor de naar schatting 65 banken en 25 beursvennootschappen die onder de Belgische depositobescherming vallen. De bekendste namen prijken uiteraard op de lijst, die u kunt raadplegen op www.beschermingsfonds.be (onder de rubriek ‘deelnemers’).
Enkele buitenlandse instellingen die op de Belgische spaarmarkt erg actief zijn, staan niet in deze lijst. Onder hen de Nederlandse spelers Rabobank.be en ABN Amro (vooralsnog niet in Fortis geïntegreerd), enkele banken met Turkse wortels zoals DHB Bank en Credit Europe Bank, en de IJslandse prijsbreker Kautphing. Bij deze en andere banken geldt dat u beschermd wordt door de beschermingsregeling van het land waar hun moederbedrijven gevestigd zijn. Voor de eerste vier bovenvermelde banken, inclusief de Turkse, geldt de Nederlandse waarborgregeling. En die beschermt nog beter dan de Belgische. In Nederland wordt de eerste schijf van 20.000 euro op uw spaarrekening voor de volle honderd procent gegarandeerd, op de volgende schijf van 20.000 euro is de waarborg 90 procent. Net als in België geldt dit per persoon. Voor de IJslandse Kaupthing Bank gelden de Luxemburgse regels (zie www.agdl.lu), die in grote lijnen overeenkomen met de Belgische waarborgregeling. En dit omdat het Belgische filiaal van de IJslandse bank een dochter is van Kaupthing Luxemburg.
5. Zit er wel voldoende geld in de pot?
Het Beschermingsfonds wordt gefinancierd met bijdragen van de Belgische banken. Volgens het jaarverslag over het boekjaar 2007 beschikt het fonds vandaag over een bescheiden 765 miljoen euro. Dat is hooguit voldoende om het faillissement van een kleine bank op te vangen, zoals dat van Max Fischer destijds. Als een middelgrote of een grote Belgische bank over de kop zou gaan, zal dit bedrag niet volstaan. ‘Maar bij een faillissement gaan nooit alle deposito’s van een bank plots verloren’, nuanceert Herman Debremaeker, secretaris-generaal van het Beschermingsfonds. ‘De ervaring leert dat de curatoren nadien nog een groot deel van de activa, onder meer de kredieten en de gebouwen, kunnen recupereren. Ook daarmee kunnen cliënten vergoed worden. Volgens de Europese regels moet de sector de kostprijs van een faillissement zelf dragen. Omdat er echter beperkingen zijn aan de draagkracht van de andere banken en wij hen niet in gevaar mogen brengen, zijn er limieten aan hun bijdragen’, vervolgt Debremaeker. Volstaat dat nog niet, dan zal het Beschermingsfonds wellicht aan iedereen proportioneel een voorschot uitbetalen en zult u het bedrag waarop u recht hebt wellicht later in schijven terugbetaald krijgen in de daaropvolgende jaren. Bovendien is de kans groot dat het dossier dan ook op het bureau van de overheid belandt. Geen enkel land kan het zich immers permitteren om een van zijn grote banken zomaar failliet te laten gaan, daarvoor zijn de potentiële gevolgen voor de rest van de economie te groot. Maar een verplichting is dat niet.
6. Vallen spaar- en beleggingsverzekeringen ook onder die bescherming?
Neen. Zoals hun naam al laat vermoeden, gaat het hier om verzekeringsproducten – denk aan Tak 21 en Tak 23. Die worden uitgegeven door verzekeraars. Die vallen wel onder het toezicht van de CBFA maar niet onder het Beschermingsfonds. Verzekeraars moeten ervoor zorgen dat hun verplichtingen voldoende gedekt zijn. Bij een eventueel faillissement bent u als klant een bevoorrechte schuldeiser. Dat betekent dat u vóór alle gewone schuldeisers uitbetaald zult worden.
7. Dekt het Beschermingsfonds verrichtingen via het internet?
De bescherming is van toepassing op elke financiële instelling die onder de Belgische bescherming valt (zie vraag 3), ongeacht de technische middelen die zij gebruikt om haar bankactiviteit uit te oefenen.
8. En wat met rekeningen in vreemde munten?
Het Beschermingsfonds beschermt enkel rekeningen in een munt van de Europese Unie, ook in munten van landen die nog niet zijn toegetreden tot de euro. Maar rekeningen in Amerikaanse dollar of Japanse yen vallen daar dus buiten. Voor fondsen, aandelen en andere effecten daarentegen maakt het niet uit in welke munt ze zijn uitgedrukt, die zijn altijd gedekt.
9. Is ook het spaargeld van mijn kinderen beschermd?
Minderjarigen worden op dezelfde manier beschermd als volwassenen en worden dus beschouwd als een aparte cliënt. Een gezin met twee kinderen kan in totaal dus 160.000 euro (4 × 40.000 euro) uitbetaald krijgen. Althans in theorie, want in de praktijk is het onwaarschijnlijk dat veel minderjaren 20.000 euro aan spaargeld en 20.000 euro aan effecten op hun naam hebben staan.
10. Hoe zit het met de interesten op mijn spaargeld of de waarde van mijn effecten?
Intresten blijven lopen tot op de dag dat het faillissement wordt uitgesproken. Voor fondsen of aandelen wordt gekeken naar de marktwaarde van die effecten de dag voor het faillissement.
11. Hoe snel krijg ik mijn geld uitbetaald?
De Europese regelgeving schrijft voor dat u hoogstens drie maanden na het uitspreken van het faillissement van de bank uitbetaald wordt. Bovendien zijn er op Europees niveau gesprekken aan de gang om dat proces nog te versnellen. Sommige studies spreken van een uitbetaling binnen een week, maar het is niet duidelijk of dat wel realistisch is. Hoe dan ook zal de Europese Commissie ten vroegste in 2009 aanpassingen voorstellen.
Bron: Het Nieuwsblad